Challenge

Thuisblijven en testen bij klachten

Deadline

Dagen
Uur
Minuten

Om coronabesmettingen te voorkomen, is het belangrijk dat we thuisblijven en onszelf laten testen als we gezondheidsklachten hebben die kunnen duiden op een COVID-19 besmetting. Deze klachten zijn bijvoorbeeld verkoudheid, hoesten, benauwdheid, verhoging of koorts en/of plotseling verlies van reuk/smaak. De boodschap ‘Bij klachten, blijf thuis en laat je testen’ wordt actief geladen via allerlei instanties. Heldere taal, maar houden we ons er ook aan?

Onderzoek van het RIVM en de GGD-GHOR wijst uit dat er veel draagvlak is voor het thuisblijf- en testbeleid. Zo geeft 93 procent van de mensen in het onderzoek aan het (heel) erg te vinden als ze iemand zouden besmetten, en denkt 88 procent dat thuisblijven goed werkt om dat te voorkomen.

Dit klinkt veelbelovend. Helaas laten de daadwerkelijke gedragscijfers een minder rooskleurig beeld zien. Uit resultaten van dezelfde onderzoeksronde blijkt namelijk dat slechts 29 procent van de mensen met klachten thuisbleef. Bij een besmette huisgenoot bleef 61 procent thuis. En van de mensen met klachten, liet 42 procent zich testen. Ofwel: het merendeel van de Nederlanders blijft niet thuis en test niet bij klachten. Mensen die getrouwd zijn, onderliggend lijden hebben, ouderen, vrouwen en hoger opgeleiden blijken meer geneigd om de richtlijnen te volgen.

Als we COVID-19 een halt willen toeroepen, is het essentieel dat meer mensen thuisblijven bij klachten en zich laten testen. Hoe kunnen we dit doel bereiken?

Context vanuit gedragsperspectief
Wanneer we dit vraagstuk bekijken vanuit gedragsperspectief is er een aantal belangrijke aanknopingspunten voor een mogelijke interventie om thuisblijven bij klachten en testen te stimuleren. Deze aangrijpingspunten – verdeeld in omgevingsfactoren, weerstanden en motieven – delen we hieronder.

Omgevingsfactoren
Factoren in onze directe omgeving hebben invloed op of we al dan niet thuisblijven en ons laten testen. Denk bijvoorbeeld aan iemands woonsituatie. Heb je een fijn en ruim huis met een buitenruimte en woon je met iemand samen? Dan hoef je als je thuisblijft minder in te leveren op basisbehoeften als sociaal contact en bewegingsvrijheid en ben je mogelijk meer bereid om dit te doen dan wanneer je alleen in een kleine, rommelige flat woont. Een andere invloedrijke omgevingsfactor is de mogelijkheid om vanuit huis te werken. Denk aan de beschikbare mogelijkheden om een fijne thuiswerkplek te creëren, maar ook aan of iemand zijn of haar werk überhaupt vanuit huis kan uitvoeren. Financiële zekerheid is belangrijk voor mensen. Komt deze zekerheid in gevaar als je thuisblijft of een test doet, dan is de kans kleiner dat we dit doen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een zzp’er die mogelijk een opdracht moet laten schieten. Tot slot is een heldere procedure een voorspeller voor het naleven van de quarantaineregels: hoe duidelijker voor iemand is wat de bedoeling is, hoe groter de kans dat hij of zij dit naleeft.

Weerstanden
Naast omgevingsfactoren beïnvloeden ook psychologische weerstanden of we thuisblijven bij klachten en ons laten testen. Risicoperceptie speelt bijvoorbeeld een grote rol: in hoeverre geloof je dat je corona kan krijgen en dat je andere mensen kan besmetten? De optimism bias (we achten de kans dat we zelf risico’s lopen relatief klein) verlaagt onze risicoperceptie. Hoe lager de risicoperceptie, hoe minder mensen bereid zijn om de quarantaineregels na te leven, helemaal als ze alleen milde klachten ervaren en denken dat een quarantaine uit voorzorg niet helpt bij het verhelpen van de pandemie. Hier kunnen mensen sceptisch over zijn. Vertrouwen in de overheid speelt hierbij een grote rol. Hoe lager het vertrouwen in de overheid, hoe lager het vertrouwen in het nut van de maatregelen die zij treft en hoe lager de kans op naleving.

Ook angst kan een weerstand zijn: als je thuisblijft bij klachten geef je toe aan jezelf dat je mogelijk corona hebt en volgt er een test. Dit is spannend. Hoe lang gaat de ziekte bijvoorbeeld duren? Hoe erg worden de symptomen? En doet de test pijn? Daarbij speelt self-efficacy een rol: de mate waarin mensen geloven dat ze in staat zijn om de quarantaineregels op te volgen. Je leven on hold zetten omdat je misschien corona hebt vraagt nogal wat. Mensen moeten hun leven tijdelijk anders inrichten en het is moeilijker om te voorzien in sterke basisbehoeften, zoals de behoefte aan sociaal contact en aan autonomie. Ook moet je je praktisch voorbereiden door bijvoorbeeld voor een langere tijd levensmiddelen in huis te halen. Als je gelooft dat je hier niet toe in staat bent, is de kans dat je thuisblijft bij klachten kleiner. Het idee dat het volgen van de regels veel moeite kost – meer moeite dan doorgaan met je leven – zorgt ook voor inertia. Mensen kiezen van nature namelijk de weg van de minste weerstand. Hoe meer moeite het volgen van de quarantaineregels kost (denk aan de perceptie dat het lang duurt voor je je kan laten testen en je de uitslag hebt), hoe kleiner de kans dat mensen ze naleven. Bovendien vormt het thuisblijven een sociaal dilemma: we moeten onze eigen bewegingsvrijheid en sociale contacten tijdelijk ‘opofferen’ ten behoeve van de maatschappij als geheel. Dat is lastig, omdat we als resultaat van zero-sum thinking denken dat als we iets inleveren, anderen daar juist iets voor terugkrijgen. Dit voelt oneerlijk, zeker wanneer we alleen milde klachten ervaren.

Onze need to belong is ook een belangrijke weerstand. We hebben behoefte aan mensen om ons heen en een quarantaine ontneemt ons deze behoefte. Voor jongeren is dit extra sterk. Als we een tijd geen contact hebben met anderen heeft dit ook grote negatieve gevolgen voor onze mentale gesteldheid: interactie met anderen geeft ons namelijk een goed gevoel. Daarbij gebruiken we vaak meer technologie als we lange tijd thuis zijn, waardoor we ons mentaal ook slechter gaan voelen. Ook dit kunnen redenen zijn om niet in quarantaine te willen.

Tot slot is kennisgebrek belangrijk. In hoeverre is duidelijk wanneer je thuis moet blijven en je moet laten testen? Hoofdpijn en spierpijn vallen bijvoorbeeld ook onder coronaklachten, maar zijn een stuk moeilijker als zodanig te herkennen. Door dit kennisgebrek kunnen mensen nonchalant reageren op ‘a-typische coronaklachten’ en toch de deur uitgaan.

Motieven
Uiteraard zijn er motieven die ervoor zorgen dat mensen wél thuisblijven en testen. Zo kunnen een hoge risicoperceptie, de perceptie dat de quarantaineregels effectief zijn, een hoge self-efficacy en vertrouwen in de overheid motiveren om thuis te blijven bij klachten en je te laten testen. Daarbij is gedrag van anderen om ons heen een belangrijke factor. Neem je waar dat huisgenoten, anderen om je heen en/of de massa thuisblijft en test bij klachten? Dan ben je onbewust geneigd om dit gedrag te kopiëren. Mensen zijn namelijk kuddedieren. Als je tóch de deur uitgaat en achteraf blijkt dat je op dat moment besmet was, kan dit zorgen voor afwijzing, schaamte en schuldgevoelens. Het voorkomen van deze vervelende gevolgen kan ook een motief zijn om de quarantaineregels op te volgen. Tevens is er een sterke behoefte om zo snel mogelijk terug te keren naar ‘normaal’, naar het oude leven. Als mensen geloven dat thuisblijven bij klachten en je laten testen hierbij helpt (perceptie dat de quarantaineregels effectief zijn), kan dit ook een krachtige drijfveer zijn. Tot slot laat onderzoek zien dat als het lukt om tijdens je quarantaine betekenis creëren, de kans groter is dat je het volhoudt. Ofwel: als iemand een stressvolle of vervelende periode, zoals een quarantaine, kan omzetten in een positief (leer)proces, heeft dit ook positieve gevolgen voor de naleving van de regels. Hetzelfde geldt voor het aannemen van een adaptieve mindset: jezelf aanpassen aan de veranderende omstandigheden en op deze manier voor jezelf een fijne, nieuwe situatie creëren.

Meer weten over gedrag in Nederland?

Meer verdieping?

  • Baumeister, R., & Leary, M. (1995). The need to belong: Desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation. Psychological Bulletin, 117(3), 497–529.
  • Bavel, J. J. V., Baicker, K., Boggio, P. S., Capraro, V., Cichocka, A., Cikara, M., Crockett, M. J., Crum, A. J., Douglas, K. M., Druckman, J. N., Drury, J., Dube, O., Ellemers, N., Finkel, E. J., Fowler, J. H., Gelfand, M., Han, S., Haslam, S. A., Jetten, J., … Willer, R. (2020). Using social and behavioural science to support COVID-19 pandemic response. Nature Human Behaviour, 4(5), 460–471.
  • Bish, A., & Michie, S. (2010). Demographic and attitudinal determinants of protective behaviours during a pandemic: A review. British Journal of Health Psychology, 15, 797–824.
  • Blair, R. A., Morse, B. S., & Tsai, L. L. (2017). Public health and public trust: Survey evidence from the Ebola virus disease epidemic in Liberia. Social Science and Medicine, 172, 89–97.
  • Boyer, P., & Petersen, M. B. (2017). Folk-economic beliefs: An evolutionary cognitive model. Behavioral and Brain Sciences, 1–51.
  • Brooks, S. K., Webster, R. K., Smith, L. E., Woodland, L., Wessely, S., Greenberg, N., & Rubin, G. J. (2020). The psychological impact of quarantine and how to reduce it: rapid review of the evidence. The Lancet, 395(10227), 912–920.
  • Crum, A. J., Salovey, P., & Achor, S. (2013). Rethinking stress: The role of mindsets in determining the stress response. Journal of personality and social psychology104(4), 716.
  • Dickie, R., Rasmussen, S., Cain, R., Williams, L., & MacKay, W. (2018). The effects of perceived social norms on handwashing behaviour in students. Psychology, Health and Medicine, 23(2), 154–159.
  • Harring, N., Jagers, S. C., & Löfgren, Å. (2021). COVID-19: Large-scale collective action, government intervention, and the importance of trust. World Development, 138, 105236.
  • Helliwell, J. F., & Huang, H. (2013). Comparing the happiness effects of real and on-line friends. PLoS ONE, 8(9), 1–17.
  • Marques de Miranda, D., da Silva Athanasio, B., Sena Oliveira, A. C., & Simoes-e-Silva, A. C. (2020). How is COVID-19 pandemic impacting mental health of children and adolescents? International Journal of Disaster Risk Reduction, 51(September), 101845.
  • Sharot, T. (2011). The optimism bias. Current Biology, 21(23), R941–R945.
  • van der Swaluw, K., van der Vliet, N., Roordink, E., Zonneveld, M., Vader, S., & Lambooij, M. (2020). Gedragswetenschappelijke literatuur met betrekking tot thuisisolatie. Een quickscan van de wetenschappelijke literatuur.
  • Wood, W. (2000). Attitude change: persuasion and social influence. Annual Review of Psychology, 51, 539–570.

Heb jij de oplossing?
Je hebt nu zicht op het probleem en de belangrijkste omgevingsfactoren, weerstanden en motieven. Onze vraag aan jou is: hoe kunnen we mensen stimuleren om de quarantaine- en testregels écht zorgvuldig na te leven? We kijken uit naar jouw idee! 

Covid Behavioural Challenge

De Covid Behavioural Challenge wordt georganiseerd door Behavioural Insights Netwerk Nederland (BIN NL) en Behavior Change Group. Beide partijen zetten gedragsinzichten in om vooruitgang en verandering in de praktijk te realiseren.

Meer weten? Bekijk de websites 
binnl.nl en gedragsverandering.nl.

Contact

info@covidbehaviouralchallenge.nl

Covid Behavioural Challenge

De Covid Behavioural Challenge wordt georganiseerd door Behavioural Insights Netwerk Nederland (BIN NL) en Behavior Change Group. Beide partijen zetten gedragsinzichten in om vooruitgang en verandering in de praktijk te realiseren.

Meer weten? Bekijk de websites 
binnl.nl en gedragsverandering.nl.